Koorts heeft iedereen weleens; meestal wegens een infectie. Sommige mensen worden echter om de haverklap geplaagd door hoge koorts zonder aanwijsbare oorzaak. Het hyper-IgD-syndroom is zo'n mysterieuze aandoening. Naamgever is de Nijmeegse internist prof dr Jos van der Meer die ontdekte dat deze patiënten teveel van het eiwit immuunglobuline-D (IgD) in hun bloed hebben. Het stellen van de diagnose neemt veel ongerustheid weg, maar de koorts, die blijft.
Een paar weken geleden weer raak. Veertig graden koorts en een week op bed. Voor Ruud Bernards niets bijzonders, want vanaf zijn kinderjaren kampt hij al met koortsaanvallen. "Soms gaat het redelijk, maar in andere perioden ben ik om de anderhalve maand twee weken ziek en koortsig. In het ergste geval kan de temperatuur verhoging zes weken aanhouden."
Tot enkele jaren geleden kon niemand opheldering verschaffen. "De huisarts wist er geen raad mee. Er zijn wel meer mensen vaak ziek, zei hij. Daar had ik natuurlijk geen vrede mee. Het is toch niet normaal als je nog geen dertig bent en elke zes weken plat moet? Daarom wilde ik het verder uitgezocht hebben", aldus Ruud Bernards. Na enig aandringen kreeg hij in 1992 een verwijzing naar het Academisch Ziekenhuis Utrecht. Daar constateerde een attente arts dat de concentratie van het eiwit immuunglobuline-D in zijn bloed verhoogd was. Hij had het hyper-IgD syndroom. Dat deze diagnose bij Ruud Bernards pas op zijn 28ste werd gesteld is niet verwonderlijk. Het syndroom is nog weinig bekend. Sterker nog, ruim tien jaar geleden 'bestond' het niet. Pas in 1984 publiceerde prof. dr. Van der Meer, in die tijd verbonden aan het Academisch Ziekenhuis Leiden, voor het eerst over dit syndroom. "Ik zag toen kort na elkaar twee patiënten die voortdurend koorts hadden zonder duidelijke reden. Bij de bloedbepalingen constateerden we bij toeval dat beiden een hoge concentratie immuunglobuline-D vertoonden. Later vonden we bij soortgelijke koortspatiënten eveneens een verhoogd IgD. Toen hebben we een artikel geschreven over het hyper-IgD syndroom, zoals we het ziektebeeld inmiddels hadden gedoopt."
In 1992 werd Van der Meer hoofd interne geneeskunde van het Radboudziekenhuis te Nijmegen. Bij deze afdeling zijn nu ongeveer zestig IgD-patiënten bekend. Dit stelde internist in opleiding Joost Drenth in staat het syndroom nauwkeurig in kaart brengen. "Voorop staat bij iedere patiënt de piekende koorts die gemiddeld elke vier tot acht weken optreedt en drie tot zeven dagen duurt. De aanvallen beginnen vaak al in de eerste levensmaanden en bestoken de patiënt een leven lang, al nemen frequentie en intensiteit op latere leeftijd soms af."
Koorts is niet het enige waarmee hyper-IgD-patiënten kampen. De meesten hebben tijdens een aanval pijnlijke en ontstoken gewrichten. Bijna altijd zijn de lymfeklieren opgezet, vooral in de hals. Verder heeft driekwart van hen klachten over buikpijn en diarree. Ook zijn er vaak huidafwijkingen tijdens de koortsbuien. Drenth: "Het is een zeer vervelend en belastend ziektebeeld, al zijn de verschijnselen niet bij iedereen even hevig. Sommigen kunnen er goed mee leven, maar voor de ernstige patiënten vormt het een aanzienlijke handicap. In hun jeugd moeten ze vaak school verzuimen en later speelt het hun parten op het werk."
Ruud Bemards kan erover meepraten. "Ik herinner me het derde jaar van de detailhandelsschool. Dat was een rampjaar. Ik lag meer in bed dan ik op school zat. Tegenwoordig heb ik een eigen zaak en dan is het bijzonder frustrerend, wanneer je regelmatig door koorts geveld wordt." De diagnose hyper-IgD betekent vaak een opluchting. Van der Meer: "Het ziektebeeld is een bron van onrust en onzekerheid. Eerst bij de ouders, later ook bij de patiënten zelf. Het is dan prettig te horen wat er scheelt en dat de aandoening, hoe vervelend ook, weinig kwaad kan."
Een adequate behandeling bestaat er echter niet. "Nee, dat is zeer frustrerend. Er valt weinig tegen te doen", verzucht Drenth. "De meeste patiënten hebben alles wel een keer geprobeerd. Anti-bacteriële middelen, bijnierschorshormonen om de afweer te dempen, ze hebben vaak kilo's geslikt. Voordeel van de diagnose is dat ze de nutteloze medicijnconsumptie kunnen stoppen. Een enkeling heeft baat bij het medicijn colchicine en verder bestrijden we de bijkomende klachten."
De ontdekking van het verhoogde immuunglobuline-D heeft het raadsel van de periodieke koorts nog niet opgelost. "Koorts is het gevolg van een verhoging van de lichaamsthermostaat", legt Van der Meer uit. "Dit gebeurt onder invloed van zogeheten cytokinen, stoffen die een rol spelen bij de afweer. Immuunglobulinen hebben geen directe invloed op de thermostaat. We vermoeden dat de echte oorzaak een nog onbekende factor X is, die zowel de IgD- als de cytokine-concentratie verhoogt en aldus de thermostaat steeds omhoog zet".
Omdat vaak meer broers of zussen het ziektebeeld vertonen is in elk geval een erfelijk defect in het geding. Waarschijnlijk is de aandoening tamelijk zeldzaam. Van der Meer: "We kennen nu zo'n zestig patiënten, maar het totale aantal in Nederland ligt zeker hoger. Zo rond de honderd, schatten we. Lang niet iedere arts is alert op dit syndroom."